Het budget voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid is geregeld in hoofdstuk 9 van de cao. Het wordt afgekort naar PDI-budget. Sinds de cao PO 2024-2025 zijn de budgetten in uren en geld samengevoegd tot één PDI-budget. De uren van dit budget zijn onderdeel van de normjaartaak.
Het PDI-budget bestaat jaarlijks uit 123 uur en een geldbedrag. Beide worden naar rato van de werktijdfactor toegekend.
Het geldbedrag bedraagt:
Bestedingsdoelen
Samen met de leidinggevende bepaalt de werknemer waar het budget aan wordt besteed.
In de cao worden als bestedingsdoelen genoemd:
De uren mogen niet voor verlof worden ingezet, tenzij je gebruik maakt van de regeling voor oudere werknemers.
Voor meer informatie zie cao PO, Artikel 9.4 vijfde lid.
Sparen
De werknemer mag (een deel van) het PDI-budget in overleg met de werkgever maximaal 3 jaar sparen. Dit spreek je van tevoren af en wordt schriftelijk vastgelegd.
Uitbetalen van het PDI-budget
De werknemer wordt geacht het PDI-budget te gebruiken. Bij uitdiensttreding wordt het PDI-budget alleen uitbetaald als:
Extra budget voor startende leerkrachten
Startende leerkrachten krijgen naast de 123 PDI-uren een bijzonder inductiebudget van 40 uur (naar rato van de werktijdfactor). Je bent een startende leerkracht als je minder dan 3 jaar werkzaam bent in het onderwijs. De startende leraar maakt met de leidinggevende afspraken over de inzet van het inductiebudget.
Directiefuncties
Voor directieleden gelden aanvullende afspraken over professionalisering. Zij maken met hun werkgever afspraken over deskundigheidsbevordering die aansluit bij de bekwaamheidseisen van het Schoolleidersregister PO en de ontwikkelingsdoelen van de organisatie. Daarnaast hebben zij recht op een extra professionaliseringsbudget.
Voor meer informatie over de regeling voor directieleden zie artikel 9.7 van de cao PO.